Spring naar inhoud

Diagnose

Wanneer kan er sprake zijn van het Empty Nose Syndrome?

Als de patiënt na een neusschelpverkleining klachten noemt als:

  • Gevoel van te grote luchttoevoer door de neus
  • Gejaagd gevoel, geen opluchting vinden in ademen
  • Lucht stroomt direct de keel in bij ademen door de neus
  • Neus zit verstopt, na een neusschelpverkleining
  • Pijn bij het ademen door de neus

Dan is de kans groot dat het om ENS gaat.
De fysieke, optische verschijnselen zijn:

  • Kleine neusschelpen
  • Afwijkende vorm van de neuschelpen
  • Droog en ongezond slijmvlies

Deze kenmerken kunnen gezamelijk en los van elkaar voorkomen. De neus hoeft ook niet, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, geheel ‘leeg’ te zijn.
De hoeveelheid neusschelpweefsel is niet de beoordelingsfactor.

Paradoxale obstuctie
Patiënten die na een conchotomie nog steeds last hebben van het gevoel van een verstopte neus, ondanks dat de neusschelpen niet meer vergroot zijn, hebben last van paradoxale obstructie. Dit is een opvallend kenmerk van ENS; na een neusschelpverkleining het gevoel hebben geen lucht te krijgen.

Diagnose Empty Nose Syndrome
De klachten van ENS zijn deels subjectief. Hierdoor is er geen perfecte maatstaf of test die het syndroom kan vaststellen. De aanwezigheid van de klachten is een graadmeter. Er zijn echter wel meetinstrumenten beschikbaar, zoals een rhinomanometrie. Hier word in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt.

Rhinomanometrie
Het meten van de luchtstroom in de neus, kan gedeeltelijk uitsluitsel geven of het er sprake is van ENS. Door 1 neusgat af te plakken en te ademen in een mondkapje wat aangesloten is op apparatuur, meet men de luchtstroom. Er zijn waardes bekend waaronder een te nauwe, normale en geblokkeerde luchtstroom valt. Zo kan inzicht worden verkregen in het adempatroon.


Katoentest
Dit is een goede test om ENS vast te stellen.
Hierbij worden er watten, gedrenkt in zoutoplossing, in de neus geplaatst. De patiënt moet hier 30 minuten mee ervaren hoe het ademen bevalt. De meting is subjectief; het gaat erom of de patiënt verbetering van de klachten ervaart met deze watten in de neus. Bij mensen zonder ENS maken de watten het ademen moeilijker en mensen met ENS ervaren het als een verademing.


CT scan of MRI
Een inwendig beeld kan inzicht geven over hoe de weefsels zich verhouden in de neus. Niet elke CT scan is van een dusdanige kwaliteit dat de neusschelpen er goed op te zien zijn. Op een scan kan gezien worden op welke plekken de neusschelpen klein en groot zijn. Er kan iets worden gezegd over de vorm en grootte.

Altijd scannen
Het is raadzaam om een scan te maken, omdat ook op het oog onzichtbare afwijkingen van het septum, hoog in de neus, zichtbaar worden. Deze factoren kunnen ook de airflow beïnvloeden; wat met het oog niet zichtbaar is word op een scan vaak zichtbaar. Met een scan kan worden voorkomen dat belangrijke zaken over het hoofd worden gezien.

Wetenschappelijke aantoning ENS
Uit wetenschappelijk onderzoek waarbij de luchtdruk en snelheid in de neus met sensoren word gemeten blijkt dat bij ENS patiënten de luchtdruk in de middelste neusspleet verhoogd is.
Dit gegeven werpt licht op het meetbaar vaststellen van ENS. In dit onderzoek is bij ENS patiënten een verhoogde luchtdruk in de middelste neusspleet waargenomen. Er zijn ook metingen gedaan bij mensen waarbij veel neusschelpweefsel weg is gehaald en waarbij geen ENS is ontstaan. De luchtdruk in de middelste neusspleet was bij deze groep wel verhoogd, maar niet zo hoog als bij de ENS groep. Uit overige onderzoeken blijkt geen relatie te bestaan tussen de hoeveelheid neusschelpweefsel en ENS. Door deze twee gegevens te combineren, word duidelijk dat een ENS diagnose niet kan worden gebaseerd op de hoeveelheid neusschelpweefsel, maar dat het wel meetbaar kan worden aangetoond. Dit kan alleen met speciale apparatuur.

Wie is de ongelukkige?
De airflow in de neus word ook door andere factoren bepaald; het septum en de overige weefsels en vormen. Hierdoor is het zo dat deze veranderde luchtstroom in de middelste neusschelpspleet niet bij iedereen optreed na een neusschelpverkleining. Het is allemaal afhankelijk van de hoeveelheid weefsel die er voor de verkleining aanwezig was, hoeveel er is weggehaald, de ontstane vorm en de overige airflow factoren. Hierdoor ontstaat ENS niet bij elke persoon die een neusschelpverkleining heeft ondergaan. Tevens is het niet te voorspellen wie het zal krijgen en wie niet, na een neusschelpverkleining.

Lees de volgende pagina:
Patiënt ervaringen Preventie