Spring naar inhoud

Resultaat

Het resultaat van een conchareductie hangt af van vele factoren. Het doel van de ingreep is dat u beter kunt ademen, echter word dit resultaat niet altijd bereikt.

Beoogde grootte
Het lijkt aannemelijk dat een arts een bepaald formaat van een neusschelp voor ogen heeft wanneer hij deze verkleind. Toch is dit niet het geval. Dit heeft 2 redenen. KNO artsen leggen vaak de nadruk op het opheffen van de vergroting als resultaat en niet op een beoogde grootte. De arts wil om de verstopping op te heffen de aanwezigheid van het weefsel verminderen. Dit gebeurd dan ook. Feitelijk gezien word het resultaat altijd bereikt; een verkleining is een verkleining, of dit nu 20% of 80% is. Tevens valt het uiteindelijke resultaat nooit exact te voorspellen. Neusschelpweefsel reageert niet bij iedere patiënt hetzelfde op de ingreep, waardoor het uiteindelijke resultaat ook niet 100% te voorspellen valt.

Size matters
Als er te weinig weefsel achterblijft na een verkleining word de werking van de neusschelpen verstoord. Daarom is het belangrijk dat de neusschelpen worden gereduceerd tot een normale grootte. Als een neusschelp vergroot is, moet men zich afvragen; hoe groot zou de neusschelp moeten zijn om onder een normale grootte te vallen? Daarom is het raadzaam om een verkleining heel secuur en minimaal uit te voeren. Het weefsel kan niet meer aangroeien. Een verkleining kan wel in stappen gedaan worden; er kan altijd nog verder worden verkleind als dat nodig blijkt te zijn. Een patiënt neemt aan dat een arts wel het juiste zal doen, echter blijkt dit in de praktijk niet altijd zo te zijn.

Verkleinen in stappen
Als een neusschelp met 10 % vergroot is, heeft hij een volume van 110%. Verkleint men hem met 20 %, dan blijft er 90% van het volume over. Dit is 10% te weinig. Zo zou er gekeken moeten worden naar het formaat van de neusschelpen. Het is overbodig en schadelijk om meer weefsel weg te halen dan nodig is. Een veilige marge is verkleinen met 5% per keer. Een minimale verkleining dus. De patiënt kan beter even een tijdje wennen aan het kleinere volume en dan kan beoordeeld worden of er nog meer weggehaald moet worden.

Meten is weten
De neusschelpverkleining word uitgevoerd op basis van de subjectieve verstoppingsklachten van de patiënt en de optische inspectie van de arts. Ondanks het bestaan van meetinstrumenten om de luchtstroom en blokkades op te meten worden deze vrijwel nooit gebruikt door KNO artsen. Het meten zou verplicht moeten worden gesteld en geïntegreerd moeten worden binnen de neusheelkunde. Zo kan een hoop leed worden voorkomen. Om brillen en gehoorapparaten aan te meten worden ook metingen gedaan. Voor zoiets belangrijks als het voorgoed verkleinen van een orgaan in de neus gebeurd dit niet.

Meetmethodes
Er zijn diverse eenvoudige meetmethodes die slechts enkele minuten in beslag nemen.
Het doormeten van de luchtstroom kan via rhinomanometrie gedaan worden. 1 neusgat word afgeplakt, waarna er in een kapje door de neus geademt word. Dit kapje zit aangesloten aan een apparaat wat de luchtstroming meet. Er zijn standaard waardes waarbinnen een te nauwe, normale en te grote luchtstroom valt. Zo kan er worden bepaald of de neusschelpverkleining moet worden uitgevoerd. Er kan ook gemeten worden vóór en na de verkleining. Zo weet men hoeveel effect de verkleining heeft gehad en of nog verder verkleinen schadelijk zou kunnen zijn.


In de praktijk word er voorafgaand aan een neusschelpverkleining nooit een rhinomanometrie gemaakt.

Lees de volgende pagina:
Mechanisme Empty Nose Syndrome